Medezeggenschap in beeld: Daniel van der Sluijs

Daniel van der Sluijs

Daniël van der Sluijs is beleidsmedewerker begrotingszaken en lid van de ondernemingsraad (OR) Kerndepartement van het ministerie van Financiën. Het OR-lidmaatschap begon tijdelijk als vervanging van een OR-lid en is uitgegroeid tot een functie als vicevoorzitter. Dit artikel gaat in op de motivatie voor het OR-werk, behaalde resultaten en de toepassing van het referentiekader medezeggenschap.

Van jongs af aan vind ik het al belangrijk om bij te dragen aan de omgeving waarin ik mij bevind. Dit begon al op de middelbare school, waar ik lid was van de leerlingenraad. Zo kon ik mij inzetten voor de scholieren. In mijn studententijd heb ik met een aantal medestudenten uit Spijkenisse een politieke partij opgericht. We behaalden een zetel en ik ben vervolgens commissielid geworden. Later, toen ik begon met werken bij de Rijksoverheid, was lid worden van de OR een volgende stap. Dit sluit niet alleen goed aan bij mijn vorige ervaringen, maar zo leer ik aan de start van mijn loopbaan ook de organisatie beter kennen. Mijn belangrijkste motivatie is dat ik het belangrijk vind om niet alleen te ontvangen, maar ook iets terug te geven aan de organisatie. Dat is precies waar ik in geloof: of je nou woont, werkt of je om een andere reden op een plek bevindt, denk altijd na over hoe jij kunt bijdragen aan die omgeving. Ik heb dit zelf gedaan door lid te worden van de OR, maar er zijn nog zoveel andere manieren om het verschil te maken. De Rijksoverheid heeft bijvoorbeeld een breed aanbod van netwerken waar je je voor kunt inzetten. Dit sluit mooi aan op een quote die ik eerder hoorde van een directeur-generaal (DG): “Let als medewerker een beetje op je zaak.”

Ik heb mij uiteindelijk verkiesbaar gesteld voor het dagelijks bestuur (DB) en ben verkozen als vicevoorzitter. De toenmalige voorzitter, die inmiddels is afgevaardigd naar de departementale ondernemingsraad (DOR), kwam eens naar mij toe en vroeg: “is het DB niet iets voor jou?”. Later kreeg ik vaker die vraag van collega’s. Juist deze persoonlijke benadering gaf mij het laatste duwtje in de rug om mij verkiesbaar te stellen voor het DB. De voorzitter en ik spelen goed op elkaar in: waar hij het gezicht is van de OR naar buiten doe, leid ik alles van binnenuit in goede banen, denk bijvoorbeeld aan de financiën en de interne procedures.

Als OR hebben we een hoop bereikt, maar er is een specifiek resultaat waar ik erg trots op ben. Het ministerie van Financiën besloot een AI-tool te ontwikkelen, genaamd FinChat. Dit moest langs de OR, maar kende een uitdagend proces. De bestuurder wilde snelheid in het proces, want medewerkers konden niet wachten tot de toegang tot een AI-tool. Tegelijkertijd, waren er OR-leden die zorgen hadden bij de komst van de AI-tool. Uiteindelijk kwam het onderwerp op de agenda, waar ik waarnemend voorzitter was. Diezelfde middag moest er nog een advies naar de bestuurder. Er leek geen consensus te komen, maar er moest onder grote druk toch een besluit worden genomen. Hoe ben ik hiermee omgegaan? Ik heb de vergadering met de bestuurder geschorst en heb alle zorgen van OR-leden opgehaald. Zo hebben we uiteindelijk een advies uitgebracht naar de bestuurder, waar ook rekening wordt gehouden met deze zorgen, denk aan de toegankelijkheid voor visueel beperkten en het bieden van goede trainingen over AI, waar ethiek belangrijk is. Ik ben niet alleen trots op het advies waar de bestuurder mee verder kon, maar ook op hoe ik het proces in rustig vaarwater heb weten te krijgen.

Wat de medezeggenschap verder voor mij betekent? De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) geeft aan dat de OR er is voor medewerkers, maar ook voor het organisatiebelang. De bestuurder komt met voorstellen om de organisatie beter te maken, maar op het moment dat medewerkers hier niet in meegaan heeft het weinig zin. Juist hier kunnen we als OR het verschil maken: we zijn de voelsprieten van de bestuurder in de organisatie. Daarnaast is de medezeggenschap voor mijn persoonlijke ontwikkeling ook van grote waarde. Ik krijg hier de kans om competenties en ervaringen op te doen die in mijn reguliere functie niet of minder terugkomen. Het referentiekader medezeggenschap maakt inzichtelijk welke rollen en competenties terugkomen bij het OR-lidmaatschap. Daarom heb ik dit instrument meegenomen in mijn personeelsgesprek. Een deel van mijn werktijd gaat naar de OR en ik wil voorkomen dat dit ten koste gaat van mijn waardering op mijn reguliere werk. Ik vind het belangrijk om te laten zien hoe ik mij verder ontwikkel binnen de OR, denk bijvoorbeeld aan de bestuurlijke ervaring die ik opdoe. Mijn manager sprak ook uit waardering te hebben voor mijn OR-werkzaamheden, omdat ik mij zo in zet voor een betere organisatie voor de collega’s.

Wat we als DB de komende jaren willen bereiken? Meer aandacht voor de ontwikkelmogelijkheden voor OR-leden. Ook hier kan het referentiekader medezeggenschap een rol in spelen. Welke competenties zijn nodig voor een rol? En welke competenties willen OR-leden verder ontwikkelen? We hebben jaarlijks een opleidingsbudget, maar hier wordt nog weinig gebruik van gemaakt. Daarom willen we meer gebruik maken van dit budget, zodat OR-leden een cursus of opleiding kunnen volgen die hun beter maakt in hun OR-werk. Op deze manier creeëren we een sterkere medezeggenschap naast de formele zeggenschap.

Over de rubriek “Medezeggenschap in beeld”
Binnen het Rijk heeft medezeggenschap een belangrijke rol als het gaat om het realiseren van een rechtvaardige Rijksdienst waarin medewerkers met plezier hun zinvolle werk voor de samenleving kunnen doen. Bij de ondernemingsraden van de Rijksoverheid zetten leden zich in voor personeel en organisatie. Maar hoe ziet het werk van een lid van de medezeggenschap er eigenlijk uit? Wat betekent het om onderdeel te zijn van de medezeggenschap? Dat delen we in de rubriek “Medezeggenschap in beeld”.
Wil jij ook je verhaal delen met anderen? Meld jezelf dan aan via ambtelijksecretariaatgorrijk@minbzk.nl